Advocaat vastgoedrecht Anne van der Schee legt het uit.
Verjaring
Wanneer buurman X een stuk grond van buurvrouw Y in gebruik heeft, dan kan na verloop van tijd sprake zijn van verjaring. Daarvoor is een onafgebroken bezit van een bepaalde tijd, zonder tussenpozen, vereist. Die termijn is 10 of 20 jaar, afhankelijk van de vraag of X bij dat bezit ‘te goeder trouw’ was of niet. De verjaringstermijn kan worden onderbroken middels stuiting door Y. Dat doet zij door een schriftelijke aanmaning te sturen waarin zij verzoekt het gebruik van de grond te staken. Die stuitingshandeling moet binnen een half jaar worden gevolgd door het instellen van een eis (vordering bij de rechter). De verjaringstermijn begint in dat geval opnieuw te lopen.
Een verjaringstermijn van 10 of 20 jaar
Het gebruik van de grond te goeder trouw kent een verjaringstermijn van 10 jaar. X is te goeder trouw als hij niet wist of kan weten dat de grond niet van hem was. De lat daarvoor ligt hoog en de bewijslast daarvoor ligt meestal bij X. Dit wordt ook wel de verkrijgende verjaring genoemd.
Wanneer X niet te goeder trouw is, dan geldt een verjaringstermijn van 20 jaar. Dit heet de bevrijdende verjaring. Het resultaat van deze twee verjaringstermijnen is hetzelfde, namelijk eigendomsverkrijging van grond door verjaring.
Advocaat bij geschil
Als buren het eens zijn over de verjaring, kan een notaris de verjaring legaliseren en de nieuwe eigendomssituatie bij het Kadaster inschrijven. Als buren het niet eens zijn, dan kunnen ze een procedure starten bij de bevoegde rechter. Voor X is het mogelijk om een verklaring voor recht te vorderen dat hij door verjaring eigenaar is geworden van de grond. Voor Y is het mogelijk om staking van het gebruik van de grond te vorderen op straffe van een dwangsom.
Bent u verwikkeld in een dergelijk geschil over het oneigenlijk gebruik van grond of voorziet u een geschil? Neem dan contact op met ons kantoor.




